Search

Free Flowing Forms

Design + architecture + decorative arts 1900 – 1980

Category

Product design

Cosy great Danes

When it comes to furniture and lighting, Danish and Dutch designs are my favorites. The latter is by no means a matter of chauvinism, being a Dutchman and all, but I admire the functionality and sharp look of the creations by designers as Cees Braakman (Pastoe), Martin Visser (Spectrum) and Willem Hendrik Gispen (Gispen). Of course the ‘great Danes’ from the 50s, 60s and 70s have a wider appeal. Architects and designers like Arne Jacobsen, Verner Panton and Poul Henningsen are world-renowned.

The Danes and Dutch are the only ones who have a proper word for a feeling that is hard to describe. We say gezellig, the Danes use hyggeCosy does not quite grasp it. It’s a feeling you may find in company, sharing dinner, but you can also experience it on your own, sitting comfortably on the couch, hearing the sound of rain. A third possibility is a well-designed space. And by well I mean inviting. In The Netherlands we have the strange habit to use diminutive grammar for such places. ‘Een leuk hotelletje’ literally means a nice little hotel, but it doesn’t necessarily mean the hotel is small. It is just description of a warm feeling. Gezellig!

After dark my living and bedroom are not gezellig, they’re hygge. Most of the lamps in those rooms are Danish made. Long autumn and winter nights inspire the Danes to create lighting that is functional and beautiful at the same time. My Danish lamps all have one thing in common: the innovative design of indirect lighting. The widely acclaimed ‘flower pots’ by Verner Panton (the orange-red ones are original from the 70s, the chrome pieces by Innovation Randers in the early 00s) use a semicircle to shield the light bulb. Panton’s VP Globe consists of a smart cylinder and scales. Poul Henningsen is the absolute master of indirect lighting. His beautiful designs (PH5 and Henningsen inspired PH80) are directing light through the different components. Norm 69 lamp by Normann Copenhagen uses the same principle, but it’s a lot more affordable. The trick is, you have to put the 69 pieces of Norm 69 together by hand. Some patience is required, but it can be a hygge activity on a cold winter’s evening.

 

Advertisements

King Copier and his Leerdam court

There was a time every household in The Netherlands owned a piece of glass from the Royal Leerdam glass factory. In most cases it was a common product, like a wine glass, cup or plate, made by the artistic director himself, mr Andries Dirk Copier (1901-1991).

A.D. Copier was 13 years old when he started his career at the Leerdam glass factory. A year later his father, head of the design department, suffered from tuberculosis, but the young Andries took over. Around 1923 Copier designed his first glass services. His most famous piece is wine glass Gildeglas, for which he received international acclaim. A.D. Copier left us over 10.000 glass objects, a massive creative output. Even the smallest pieces are beautifully crafted.

My Copier objects are scattered throughout the house and most of them are in use, as intended. Tried to showcase them on the table, but I think I forgot a couple. Not all of them are designed by Copier, but every object is made by the Leerdam glass factory.

End of the table: ribbed vases Ton and Druppel (Copier, 1953), clear half-ribbed vase for union ANMB Schiedam (unknown, 1955), bulb glasses (unknown, 1951), orange Liberation vase (Copier, 1945).

Middle: Spijkerbol, two sizes, paper press  and vases (Copier,1951), yellow Graniver flowerpot (Copier, 1930), small half-ribbed vases (unknown), two yellow pudding molds (unknown, 1906), pressed glass bowl elephant and salamander (Copier, 1948), four uranium glasses RADIO (W.J. Rozendaal, 1933).

Front:  glass dish 50th anniversary for union ABC (G.J. Thomassen, 1957), salmon coloured small half-ribbed vase (unknown), sphere vase (unknown).    

Verliefd op Volvo

Sorry, in Dutch, published in a lifestyle magazine, 2011

Zijn vrienden scheurden in ‘Golfjes’ en Opels en thuis zwoeren ze bij Fiat. Broos koekblik, zo oordeelde Carlo Pronk. Hij zocht een merk dat uitstraling en veiligheid combineerde. Met achttien levensjaren op de teller, kroop hij achter het stuur van een Volvo. En stapte nooit meer uit. “De 340 was de eerste in een lange rij Volvo’s. Mijn 960 Limousine maakte de meeste indruk. Heb je de auto van pa mee?”

Carlo Pronk (25) sleutelde destijds al dagelijks aan zijn favoriete wagens. Hij kocht en verkocht onderdelen, wisselde om de twee maanden van exemplaar. Na verloop van tijd kreeg hij de 960 Limousine in handen. “Dat model kostte nieuw 130.000 gulden. Op mijn eerste werkdag kwam ik in erin voorrijden. Collega’s vielen van hun stoel van verbazing. Nee jongens, niet van pa, deze beauty is helemaal van mij.”

Sinds mei van dit jaar rijdt hij zes dagen per week naar zijn eigen werkplaats, magazijn en kantoor aan de Pieter Zeemanweg. De 940 SL en 480 Turbo markeren de entree van VOMD, het Volvo Onderdelen Magazijn Dordrecht. Een donkerblauw bakbeest verlaat het terrein. De 960 Limousine in het wild. “Toevallig hè? Deze klant kocht net twee nieuwe achterlichten. Het gaat de hele dag door. Van het weekend stond ik op een beurs, dat levert extra aanvragen op.”

De telefoon gaat weer. Carlo Pronk checkt de online database. Levering binnen 24 uur is geen probleem, verzekert hij een klant. “Inmiddels sta ik te boek als Volvokenner. Het resultaat van veel, heel veel, Volvo’s uit elkaar halen en opbouwen. Natuurlijk verdien ik nu mijn brood met verkoop, reparatie en de online shop, maar ik blijf op en top liefhebber. Het openen van de motorkap van een oude Volvo geeft een Amerikaans gevoel. Alles is groot en zichtbaar. Heel anders dan bij de nieuwe modellen. Dan sta je minutenlang veiligheidsmateriaal te verwijderen voordat je erbij kunt.”

De vrouw van de arts

De auto ontdekken. Voelen. Elke tik, ratel, nuk leren kennen, dat is volgens Carlo Pronk rijbeleving. Smooth rides laat hij voor wat ze zijn. Hij kiest voor Volvo’s uit de jaren zeventig, tachtig en negentig, met een uitgesproken voorkeur voor de 240, een bijna archetypische wagen.

“Je kunt de 240 met Lego namaken zonder de blokjes bij te vijlen. Juist die hoekige, compromisloze stijl vind ik mooi. Van binnen heeft hij de nodige luxe. De stationversie van de 240 was vroeger dé auto voor de vrouw van de arts. Een tijd geleden bracht een dame haar 240. Drie weken later stond ze weer op de stoep. Of ze ‘m terug mocht. De nieuwe, een kleine middenklasser, voldeed niet.”

Het vervangen van distributieriemen en het stellen van kleppen zijn veelvoorkomende werkzaamheden. Soms komen er Volvo’s met exotische onderdelen binnen -“een racekoppeling erin, hoe verzin je het”- dan weer staat er onherstelbaar ogend barrel op de brug in Carlo’s garage.

“Vergis je niet, Volvo’s zijn taai. Een klant bracht er één met 200.000 kilometer op de teller. Die wagen zag eruit alsof hij vier keer zoveel had gereden, dus ik zeg: daar trappen we niet in. Bleek dat de auto al klokje rond was geweest, 1,2 miljoen kilometer. Zo lang gaan ze dus mee. Helaas is zulke kwaliteit tegenwoordig zeldzaam.”

Sleutelen bij -8

Plaatstalen garageboxen aan de Timorstraat boden voorheen onderdak aan Carlo’s passie. In de zomer veranderden de gebouwtjes in sauna’s, ’s winters waren het vrieskisten. “Afgelopen winter stond ik bij een temperatuur van -8 graden te sleutelen. Binnen was het -12. Ach, het had wel wat, maar ik wilde verder. Het moest mijn beroep worden. Op 1 april stopte ik met mijn baan. Het werk viel wel mee, ze lieten me alleen in een Opel rijden… Maar goed, een maand later had ik mijn eigen zaak aan de Pieter Zeemanweg.”

Uiteraard is het niet zijn stijl, want het is een model ‘uit het tijdperk van Back To The Future, met talloze klokjes en toestanden’. Niettemin beschouwt hij de voor het pand geparkeerde 480 Turbo als een interessant project. “Weet je welk Volvotype ik wel eens op de brug zou willen hebben? De conceptauto C30 Polestar. Niet echt realistisch. De S80 V8 dan. Moet te doen zijn om die een keer onder handen te nemen.”

In opdracht van Lifestyle Dordrecht, 2011

Blog at WordPress.com.

Up ↑