Search

Free Flowing Forms

Design + architecture + decorative arts 1900 – 1980

Month

January 2011

Luchtstappen in De Stadsheer

Stadsheer-Tilburg%20aanzicht

Sorry, in Dutch, published in regional newspaper Brabants Dagblad, 2008

Als woontoren met koopappartementen trok De Stadsheer allesbehalve volle zalen. Sinds projectontwikkelaar Amvest de appartementen verhuurt, is de Tilburgse wolkenkrabber echter grotendeels gevuld. Bewoners vallen voor het licht, de luxe en natuurlijk voor het fenomenale stadsgezicht vanuit het 101 meter hoge wooncomplex.

Door Martin Neyt

Is ie nu mooi of lelijk? Tilburgers die De Stadsheer voorbijlopen, willen de vraag even laten bezinken. Studente Chantal Kuijpers tuurt omhoog en denkt diep na voordat ze een oordeel velt: hij oogt een tikkeltje onpersoonlijk. Twee wandelaarsters zien zichzelf niet ‘in de vogelkooikes hangen’. “Het is een statig gebouw en de glazen balkons geven een mooi effect, maar wij houden van een meer fleurige uitstraling.”

Moderne architectuur roept controverse op. Ook de huidige bewoners van De Stadsheer wisten waarschijnlijk niet precies wat ze van het gebouw uit beton, metselwerk en glasvlies moesten denken. Totdat de open dagen zich aandienden. De eerste werd ongeveer een jaar geleden gehouden. Honderden nieuwsgierigen lieten zich per bouwlift op de wolkenkrabber aan de Spoorlaan hijsen, keken hun ogen uit en keerden enthousiast op het bouwterrein terug. Wat een ruimte, wat een uitzicht. Willem II-stadion, Efteling, Geertruidenberg, Breda, Den Bosch, allemaal te zien. Makelaars Meexf9s en Van de Water noteerden meteen de eerste reserveringen voor appartementen op bovenste woonlagen.

“Als je binnen kijkt, ben je meteen verkocht”, stelt Claudia Kranendonk, makelaar bij Van de Water. “Bezoekers verbazen zich over grootte en gezelligheid van de appartementen en de luxueuze afwerking in kamer, keuken en badruimte. Je hoeft alleen een vloersoort uit te kiezen en je kunt erin. Het uitzicht maakt het plaatje compleet. Bewoners kijken zonder belemmeringen naar het oosten, zuiden en westen.”

Transparante serres

De Stadsheer laat zich omschrijven als een ode aan licht en lucht. Het Dordtse architectenbureau EGM wilde in het Haestrechtkwartier, op het voormalig Knegtelterrein, een schoolvoorbeeld van open hoogbouw neerzetten. Bewoners moesten niet alleen licht ervaren maar ook letterlijk in de lucht kunnen stappen. Door de strategische plaatsing van raampartijen vulden de kamers zich met licht. EGM creëerde glazen buitenruimtes, met een ondervloer van gehard veiligheidsglas, om bewoners uiteindelijk het ultieme gevoel van vrijheid te geven.

Transparante serres, noemt de architect de asymmetrisch aan de gevel geplaatste balkons. Tilburg heeft ze leren kennen als vogelkooitjes. ‘Volières’ zou meer recht doen aan de serres, want ze zijn zo ruim dat ze plek bieden voor diners bij kaarslicht. Vanuit het modelappartement op de tweeëntwintigste verdieping, open voor belangstellenden, is te zien dat enkele bewoners hebben besloten hun maaltijd voortaan zwevend boven de stad te nuttigen. Anderen hebben hun buitenruimte gevuld met fauteuils of modieuze zitzakken. Lekker tot rust komen na een dag hard werken. Even staren naar de lichtjes van die andere reus, Westpoint.

Flexibiliteit

In pakweg een half jaar, vanaf oktober 2006 tot aan de oplevering eind maart, zijn 72 van de 85 beschikbare appartementen in de Stadsheer verhuurd. Alleen een aantal duurdere woningen en de penthouses staan nog leeg. Projectontwikkelaar Amvest nam De Stadsheer in 2005 over van BAM Utiliteitsbouw en besloot de appartementen te verhuren. BAM deed ze eerder in de verkoop, maar de animo bleef uit. Uiteindelijk durfde de vastgoedgigant de bouw van de woontoren niet door te zetten.

Volgens makelaar Claudia Kranendonk stond onder andere het gebrek aan flexibiliteit verkoopsucces in de weg. “Bewoners van een dergelijk appartementencomplex zoeken comfort en gemak: dichtbij het centrum, weinig onderhoud én de mogelijkheid zonder rompslomp weg te kunnen. Bij een verandering in carrière of gezinsuitbreiding is de huur zo opgezegd. Overigens wonen niet alleen singles met een goede baan en tweeverdieners in De Stadsheer. Senioren kiezen voor deze locatie vanwege gelijkvloersheid en de nabijheid van voorzieningen.”

Penthouses

De appartementen hebben een ruime woonkamer, een keuken met inbouwapparatuur en een badkamer met ligbad en douche-unit. Een aantal woningen is zelfs voorzien van twee badruimtes. De Stadsheer kent zeven woontypen met drie of vier kamers. De oppervlaktes variëren van 76 vierkante meter tot 144 vierkante meter. De penthouses op de bovenste drie verdiepingen -28, 29 en 30- beslaan de complete woonlaag van 200 vierkante meter.

Materialen geven de appartementen een moderne uitstraling. RVS in de keuken, brede wand- en vloertegels in de badkamer en keurig afgewerkte wanden in woon- en slaapkamers. Eén onderdeel van de wolkenkrabber blijft toch de meeste aantrekkingskracht uitoefenen. De glazen feature die in de benedenwereld over de tong gaat maar van boven zo’n schitterende kijk op Tilburg biedt. “Je ziet jezelf er zo zitten, hè? Glaasje wijn erbij.”

In opdracht van het Brabants Dagblad.

Advertisements

Glas!

P1000104

P1000103

In Dutch,  an older blogpost about Copier, De Lorm, De Bazel and other masters of the past, re-united in Leerdam’s Museum of Glass. 

Een neukend parfumflesje van modeontwerper Walter van Beirendonck. Spannender wordt het niet. Ik vind dat ook niet nodig. Laat glas roerloos in vitrines staan. Zeker, er zijn glazen sieraden, glazen indrukken van ledematen, glazen kledingstukken. Hoewel het ongetwijfeld hoogstaande conceptuele werken zijn, mogen ze van mij diep buigen voor de oude meesters in de loopbruggen van het Leerdams Glasmuseum.

In die bruggen, die de voormalige woning van fabrieksdirecteur Petrus Marinus Cochius met een tweede dijkvilla verbinden, wil ik zijn. Decenniaoude vazen, serviezen, waterstellen, schalen van Lanooy, Lebeau, De Lorm, Berlage en Copier tonen er schaamteloos hun schoonheid. Schuifelend langs de wanden stuit ik op Copiers uranium Colopal servies. Tot halverwege jaren dertig -daarna werd het procxc3xa9dxc3xa9 verboden- voegden ontwerpers uraniumdioxide aan hun stukken toe. Van radioactiviteit had niemand gehoord. Zet er een blacklight, zonnebank mag ook, op en je ziet een gloed die je niet meer vergeet.

Op een verlichte plank naast de afzuigkap, plakkerig van de baklucht, zo staan Copiers puddingvormen er in mijn keuken bij. Fruitaanslag in de mooie schaal met afbeeldingen van een olifant en salamander. De rookkleurige druppelvaas, de groenglazen ton, de spijkerbol, dxe2x80x99r zitten verdomme bloemen van Super/De Boer in.

Wat geeft het. Fabrieksdirecteur Cochius wilde dat Copiers fraaie voorwerpen werden gebruikt. Cochius streed vanaf 1912 voor de productie van alledaags glaswerk waar het vakmanschap vanaf spatte. Het moest tegelijkertijd tegen een schappelijke prijs aan de gewone man worden gebracht. Goede smaak zou overwinnen.

Amber, turkoois, saffier, meerblauw, rouwpaars achter glazen wanden. Magisch materiaal. Breekbaar en dodelijk. Helder, iriserend of dof. Vloeibaar, kokendheet en langzaam afgekoeld. Geen wonder dat glasblazen in de oudheid als magie werd beschouwd. Soms bezit glas werkelijk magie. Architect en theosoof K.P.C. de Bazel baseerde zijn werk op de Heilige Geometrie. Zelfs het glazen ontbijtservies in de vorm van een tienhoek, dat hij tussen 1919 en 1922 voor Glasfabriek Leerdam ontwierp, is ontleend aan de Universele Wetten en de Gulden Snede.

P1000102
Rechtsonder, ontbijtservies van De Bazel in blauw glas

Vraag iemand die zijn passer voornamelijk benutte om anderen in hun dijbeen te prikken niet om De Bazels werkwijze uit de doeken te doen. Het servies klopt gewoonweg, dat is wat ik weet. Vorm en functie in harmonie. En destijds heel betaalbaar, zoals Cochius het graag zag.

P1000107
Gnostisch Evangelie van Filippus 51
Glaswerk en aardewerk worden gemaakt met behulp van vuur. Maar als glaswerk breekt, wordt het opnieuw gemaakt, want glas is geblazen, terwijl aardewerk verloren gaat als het breekt, want dit is zonder adem ontstaan.

Foto’s: Barbara Neyt

Blog at WordPress.com.

Up ↑